Huishoudens met een laag of middeninkomen krijgen straks financiële steun als zij hun benzine- of dieselauto willen inruilen voor een elektrisch exemplaar. Het kabinet werkt aan een aanschafsubsidie die gekoppeld is aan een sloopregeling, waarmee de overgang naar elektrisch rijden ook voor de onderkant van de automarkt bereikbaar moet worden. Verschillende bronnen bevestigen de plannen nadat RTL
Nieuws er eerder over berichtte.
Voor de regeling wordt 50 miljoen euro opzijgezet. De opzet is vrij strak, want wie aanspraak wil maken op de bijdrage moet zijn oude brandstofauto laten slopen. Daarmee sluit het kabinet een route af waarbij de ingeruilde auto alsnog op de tweedehandsmarkt belandt en de milieuwinst grotendeels verdampt. Bij eerdere regelingen ging de ingeruilde wagen namelijk regelmatig via een omweg naar Oost-Europa of de export, waardoor het klimaateffect op papier groter was dan in de praktijk.
Focus op lagere inkomens
De keuze om specifiek lagere inkomens en middeninkomens te ondersteunen is opvallend. Elektrische auto's zijn in de aanschaf nog altijd fors duurder dan vergelijkbare benzinemodellen. Voor een doorsnee gezin is de overstap financieel lastig te maken, zeker nu het aanbod op de Nederlandse tweedehandsmarkt voor betaalbare elektrische auto's beperkt blijft. Fabrikanten richten zich met hun modellen vooral op het duurdere segment, terwijl de zakelijke markt al jaren leunt op fiscale prikkels.
Door de subsidie te koppelen aan een inkomenstoets voorkomt het kabinet dat vooral welgestelde tweede-auto-bezitters profiteren. Dat was een belangrijk kritiekpunt op eerdere stimuleringsrondes, waarbij de Subsidie Elektrische Personenauto's Particulieren (SEPP) regelmatig binnen enkele uren was uitgeput en vooral werd opgepakt door mensen die de overstap toch al hadden willen maken.
Hogere aftrek voor groene investeringen
Naast de subsidie voor particulieren krijgen ondernemers meer fiscale ruimte om duurzaam te investeren. De belastingkorting op groene investeringen gaat volgens ingewijden omhoog van 40 naar 45 procent. Die verhoging moet bedrijven over de streep trekken om te investeren in bijvoorbeeld laadinfrastructuur, zonne-energie of elektrische bedrijfsvoertuigen.
Voor het mkb is die bijstelling niet onbelangrijk. De investeringskosten voor verduurzaming zijn de afgelopen jaren opgelopen en de terugverdientijden werden langer door hogere rentes en gestegen materiaalprijzen. Een ruimere fiscale tegemoetkoming kan aarzelende ondernemers alsnog aan het investeren krijgen.
Onderdeel van breder energiepakket
De auto- en investeringsmaatregelen staan niet op zichzelf. Ze maken deel uit van een breder pakket energiemaatregelen dat het kabinet maandag presenteert. Twee andere punten die al zijn uitgelekt, zijn de verhoging van de onbelaste kilometervergoeding en het vullen van een noodfonds voor huishoudens die hun energierekening niet meer kunnen betalen.
Voor het totale pakket reserveert het kabinet waarschijnlijk minder dan een miljard euro, zo lieten bronnen weten aan persbureau ANP. Dat is een bescheiden bedrag vergeleken met de miljardenpakketten die tijdens de energiecrisis van 2022 en 2023 werden opgetuigd, maar het reflecteert ook de krappere financiële ruimte waarmee de huidige coalitie werkt.
Politieke afhankelijkheid
Een slag om de arm is op zijn plaats. De regeringscoalitie van D66, VVD en CDA beschikt niet over een meerderheid in de Tweede Kamer, waardoor steun van oppositiepartijen noodzakelijk is om het pakket door te loodsen. Dit weekend vinden daarover nog gesprekken plaats met verschillende fracties. Ingewijden houden er rekening mee dat de exacte bedragen en voorwaarden in die onderhandelingen nog bijgeschaafd worden.
Die politieke dynamiek maakt het lastig om nu al harde conclusies te trekken over hoeveel auto's straks daadwerkelijk onder de regeling gaan vallen. Met 50 miljoen euro is het budget eindig. Afhankelijk van de hoogte van het individuele subsidiebedrag zouden tussen de 10.000 en 25.000 huishoudens gebruik kunnen maken van de regeling. Ter vergelijking, in Nederland worden jaarlijks zo'n 350.000 nieuwe personenauto's verkocht, waarvan een groeiend maar nog altijd kleiner deel volledig elektrisch.
Timing richting 2027
De aangekondigde regeling past in een breder beleidsritme dat Nederland aanhoudt richting de Europese doelstelling om vanaf 2035 geen nieuwe brandstofauto's meer te verkopen. De tussenliggende jaren zijn cruciaal, omdat de transitie alleen slaagt als ook de onderkant van de markt elektrificeert. Zolang nieuwe elektrische auto's onbereikbaar blijven voor grote groepen automobilisten, blijft de verkoop van tweedehands benzineauto's hoog en wordt het wagenpark trager vervangen.
Met de sloopkoppeling probeert het kabinet beide kanten van die vergelijking aan te pakken. Er komt een elektrische auto bij, en tegelijkertijd verdwijnt er een brandstofauto definitief uit het verkeer. Of dat in de praktijk voldoende effect sorteert om de CO2-doelen dichterbij te brengen, zal afhangen van het definitieve subsidiebedrag per auto en de voorwaarden die het kabinet uiteindelijk oplegt.
Maandag wordt duidelijk hoe het totale pakket eruitziet en of de coalitie erin slaagt om de oppositie mee te krijgen. Tot die tijd blijven de nu bekende bedragen voorlopige cijfers, die in de slotonderhandelingen nog kunnen schuiven.